Van 17 mei tot en met 21 mei 2016: themaweek Integratie zorg-onderwijs voor kinderen met ernstige meervoudige beperkingen: zie www.enablinplus.eu!

Multiplus is een expertisecentrum rond personen met ernstige meervoudige beperkingen.
Het richt zich tot iedereen die als hulpverlener, familielid of vrijwilliger betrokken is bij personen met ernstige meervoudige beperkingen.

Wie zijn we?

foto

Het expertisecentrum Multiplus werd opgestart op 1 oktober 2006. Multiplus werd opgericht vanuit de Onderzoekseenheid Gezins- en Orthopedagogiek van de Katholieke Universiteit Leuven, waar onder leiding van Prof. Dr. Bea Maes al jaren onderzoek wordt gedaan rond personen met ernstige meervoudige beperkingen. Multiplus wil zich als expertisecentrum expliciet richten op deze doelgroep en de mensen (professionelen, familieleden, derden) die bij hen betrokken zijn. Met onze naam - “Multi-plus” - willen we verwijzen naar de mogelijkheden van mensen met ernstige meervoudige beperkingen én de meerwaarde die wij met het expertisecentrum willen bieden voor de praktijk.
De oprichting van dit expertisecentrum werd destijds financieel mogelijk gemaakt door het Steunfonds Marguerite Marie Delacroix. Sinds september 2011 financiert het Katholiek Onderwijs Vlaanderen een halftijdse stafmedewerker en richt de werking van Multiplus zich op de scholen uit deze koepel. Via fondsenwerving probeert Multiplus ook voor de welzijnssector en andere onderwijsnetten het aanbod te continueren.

Personen met ernstige meervoudige beperkingen?

foto

In het Nederlandse taalgebied spreekt men over “ernstige meervoudige beperkingen” of over “diep verstandelijke en meervoudige beperkingen”. In het Engels wordt vaak de term “profound (intellectual) (and) multiple disabilities” gebruikt.

Met “personen met ernstige meervoudige beperkingen” verwijzen wij naar personen die op meerdere domeinen van hun functioneren zeer ernstige beperkingen ondervinden.

Deze kunnen het gevolg zijn van genetische afwijkingen, aangeboren hersenbeschadigingen, degeneratieve aandoeningen, metabolismestoornissen en/of problemen tijdens de zwangerschap of de geboorte.

Minimaal is er sprake van een combinatie van de volgende drie (groepen van) beperkingen:

  • ernstige cognitieve beperkingen;
  • ernstige tekorten in sociaal aanpassingsgedrag;
  • ernstige tekorten op vlak van het sensorisch en/of motorisch functioneren.

* Ernstige cognitieve beperkingen worden vastgesteld op basis van gestandaardiseerde intelligentietests of ontwikkelingsschalen. De behaalde score wijkt minstens 4 standaarddeviaties af van het populatiegemiddelde. Concreet behalen de betreffende cliënten een IQ dat lager ligt dan 20 (met een marge van + of - één standaardafwijking) en/of een ontwikkelingsleeftijd beneden 2 jaar. Voor een aantal personen in deze doelgroep is het bestaande instrumentarium echter ontoereikend om hun cognitieve mogelijkheden goed in te schatten. Dan moet kwalitatief onderzoek leiden tot een inschatting van die mogelijkheden.

* Ernstige tekorten in sociaal aanpassingsgedrag worden vastgesteld op basis van gestandaardiseerde observatieschalen of vragenlijsten. Belangrijke domeinen van sociaal aanpassingsgedrag zijn redzaamheid, communicatie, socialisatie en motoriek. Het gaat om hoe de cliënt functioneert in dagelijkse leefsituaties. De behaalde score wijkt minstens 4 standaarddeviaties af van het populatiegemiddelde. Concreet zijn deze mensen voor alle activiteiten van het dagelijkse leven (eten, aan- en uitkleden, toiletgebruik) afhankelijk van de zorg van anderen. Ze maken zelden gebruik van gesproken taal, maar maken hun wensen en gevoelens duidelijk door middel van gelaatsuitdrukkingen, bewegingen, geluiden, lichaamshouding, spierspanning, … Goede kennis van de cliënt én de context zijn noodzakelijk om deze communicatieve uitingen adequaat te interpreteren.

* Ten slotte zijn er ernstige beperkingen op vlak van het sensorisch en/of motorisch functioneren. Omwille van motorische stoornissen kunnen vele van deze cliënten niet zonder ondersteuning zitten, staan of zich verplaatsen. Velen kunnen hun handen en/of armen niet of slechts in een beperkte mate gebruiken, bijvoorbeeld om te wijzen of voorwerpen vast te grijpen. Bij deze personen doen zich ook vaak meer of minder ernstige gezichts- en/of gehoorstoornissen voor.

Mensen met ernstige meervoudige beperkingen hebben door hun complexe problematiek nood aan specifieke ondersteuning.

Er is specifieke kennis en deskundigheid nodig om hen optimale kansen te bieden om competenties te verwerven op diverse ontwikkelingsdomeinen, om betekenisvolle relaties op te bouwen, om een eigen levensstijl te ontwikkelen en om invloed te hebben op hun omgeving. Daarbij is extra aandacht nodig voor hun kwetsbaarheid op vlak van lichamelijke gezondheid en socio-emotioneel welbevinden. Tegemoet komen aan deze complexe ondersteuningsnoden vraagt tevens een specifieke benadering. Deze mensen kunnen slechts leren en ontwikkelen vanuit intensieve interacties met hun ouders en begeleiders. Het vereist een grote betrokkenheid en sensitieve responsiviteit van ouders en begeleiders om het gedrag en de niet-verbale signalen van deze mensen adequaat te interpreteren en om zich voortdurend af te stemmen op de individuele mogelijkheden, beperkingen, noden en wensen van de betrokkene. Professionele hulpverleners kunnen deze uitdaging het best waarmaken in partnerschap met ouders, vanuit interdisciplinaire teamwerking en met gebruik van een planmatige en doelgerichte werkwijze.

 

Terug naar boven